65 miljard vaten olie, op zijn woord

Op 28 augustus kondigde Donald Trump het grootste olieakkoord uit de wereldgeschiedenis aan. Drie dagen later zette het Witte Huis de voorwaarden voor het eerst op papier. Die spreken Caracas tegen, en het Pentagon spreekt zichzelf tegen. Wat er vaststaat, en wat niet.

Op vrijdagavond 28 augustus 2026, om 18.47 uur Amerikaanse oostkusttijd, plaatste president Donald Trump een bericht op Truth Social. Hij kondigde er wat hij noemde het grootste olieakkoord uit de wereldgeschiedenis in aan: Amerikaanse zeggenschap over ruim 65 miljard vaten bewezen oliereserves in Venezuela, zonder kosten voor de Amerikaanse belastingbetaler.

Drie dagen lang was dat bericht het enige openbare document over de deal. Toen, maandagavond 31 augustus, publiceerde het Witte Huis een factsheet. Voor het eerst zette de Amerikaanse regering de structuur zelf op papier: de naam van het bedrijf, de looptijd, de percentages, de zeggenschap. Persbureaus als AP, CNBC en CBS namen het binnen enkele uren over.

Dat verandert veel. Het maakt ook meteen zichtbaar hoe ver de twee regeringen uit elkaar liggen over hun eigen akkoord. Waar Caracas sprak van vijfentwintig jaar, schrijft Washington honderd. En de constructie die het Witte Huis beschrijft, is er één waarvan het Pentagon vorige week nog zei dat het die niet mag aangaan.

Wat er ondanks alles níet is: de overeenkomst zelf. Een factsheet is geen contract. Er is nog altijd geen tekst gepubliceerd, geen Venezolaanse ondertekenaar bekendgemaakt, geen decreet in de Venezolaanse staatscourant verschenen, en geen goedkeuringsbesluit van de Nationale Assemblee of het hooggerechtshof gevonden.

Dit stuk zet op een rij wat er hard is, wat er wankel is, en wat er simpelweg niet bekend is. Waar een feit op één bron rust of onbevestigd blijft, staat dat er expliciet bij. Dat is geen slag om de arm uit voorzichtigheid — het is de kern van het verhaal.

Hoe Venezuela hier terechtkwam

Om te begrijpen waarom een Amerikaanse president over Venezolaanse olievelden kan beschikken, moet je terug naar 3 januari 2026.

Die nacht begon een Amerikaanse militaire operatie in Venezuela, sindsdien officieel Operation Absolute Resolve genoemd. Nicolás Maduro en zijn echtgenote Cilia Flores werden gevangengenomen en naar New York gevlogen, waar hij zich moet verantwoorden voor federale aanklachten wegens narcoterrorisme en drugshandel.

Diezelfde dag beval het Venezolaanse Tribunal Supremo de Justicia vicepresident Delcy Rodríguez het interim-presidentschap op zich te nemen. Zij werd op 5 januari beëdigd door haar broer Jorge Rodríguez, voorzitter van de Nationale Assemblee. Het hof kwalificeerde Maduro’s afwezigheid als tijdelijk, niet als permanent — formeel is hij dus nog steeds president, en hij spreekt zelf van ontvoering.

Dat onderscheid is niet juridisch haarkloven. De Venezolaanse grondwet laat een vicepresident een tijdelijke afwezigheid maximaal negentig dagen opvangen, met één verlenging van negentig dagen door de Assemblee. Die eerste termijn verstreek begin april zonder publieke verlengingsstemming. De uiterste termijn van honderdtachtig dagen liep op 3 juli 2026 af. Rodríguez regeert sindsdien zonder een mandaat dat op een openbaar besluit rust — en zij is degene die namens Venezuela concessies van honderd jaar verleent.

Er gebeurde in die maanden meer. Honderden politieke gevangenen kwamen vrij; de mensenrechtenorganisatie Foro Penal telde er begin maart 621, met naar eigen zeggen ruim vijfhonderd nog vast. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio zei op 4 januari dat de Verenigde Staten Venezuela niet dagelijks zouden besturen; de druk zou lopen via de bestaande olieblokkade, zonder Amerikaanse grondtroepen.

Waarom nu

De timing is geen toeval, en de aankondiging zelf maakt daar weinig geheim van.

De Amerikaanse tussentijdse verkiezingen zijn over ruim twee maanden. De gemiddelde benzineprijs staat boven de vier dollar per gallon. En de oorlog met Iran bereikte op de dag van de aankondiging haar zesde maand, zonder zicht op een einde; volgens marktanalisten is daardoor ongeveer een vijfde van de wereldwijde ruwe-olievoorziening verstoord.

Dat verklaart ook de staat van de strategische Amerikaanse voorraad. Volgens de wekelijkse cijfers van de Amerikaanse energiestatistiekdienst bevatte de reserve in de week eindigend op 21 augustus 2026 nog 289,7 miljoen vaten — 40,6 procent van de capaciteit, het laagste niveau sinds november 1982. Een rapport van de Amerikaanse rekenkamer wijst op een onttrekking van ruim honderdtwintig miljoen vaten na de sluiting van de Straat van Hormuz eind februari.

Trump schreef in zijn bericht dan ook dat de transactie de benzineprijs voor alle Amerikanen fors zal verlagen. Maandag, gevraagd naar de termijn, hield hij het erop dat het “een klein beetje” kan duren. Vrijwel alle geraadpleegde analisten zeggen dat het om jaren gaat: er is geen vat Venezolaanse olie dat morgen extra stroomt.

Het geld liep al zeven maanden

Terwijl de wereld naar de aankondiging van augustus keek, liep er sinds januari al een geldstroom die veel minder aandacht kreeg — en die het akkoord pas begrijpelijk maakt.

Volgens een informatieblad van het Amerikaanse ministerie van Energie komen de opbrengsten van Venezolaanse olie eerst terecht op door de Verenigde Staten gecontroleerde rekeningen bij buitenlandse banken. Uitkering gebeurt naar Amerikaans inzicht, en de regeling geldt voor onbepaalde tijd. Die passage is opgenomen in de bevindingen van een Amerikaans wetsvoorstel, S.3838, en daarmee openbaar.

Op 9 januari tekende Trump Executive Order 14373, gepubliceerd in het Federal Register van 15 januari. Dat besluit is strikt genomen geen sanctie maar een afschermingsregime: het verklaart beslaglegging op de door de Amerikaanse schatkist gehouden Venezolaanse oliegelden verboden en nietig, en geeft het ministerie van Financiën regelgevende en licentiebevoegdheid.

Rubio getuigde op 28 januari voor de Senaat over een rekening in Qatar. Er was driehonderd miljoen dollar uitgekeerd; tweehonderd miljoen stond er nog. Over het toezicht daarop zei hij dat het auditproces nog niet was uitgewerkt. De Financial Times becijferde eind juli dat de totale geïnde opbrengst inmiddels boven de dertien miljard dollar lag; Trump bevestigde dat bedrag tegenover journalisten.

Wie daarop toezicht houdt, is de kern van de Amerikaanse politieke strijd rond dit dossier. Senatoren Chuck Schumer en Adam Schiff dienden in februari de Venezuela Oil Proceeds Transparency Act in, die de Amerikaanse rekenkamer tot een audit verplicht; er ligt een vergelijkbaar voorstel in het Huis. Robert Garcia, de hoogste Democraat in de Oversight-commissie, vroeg op 9 januari om alle communicatie met Chevron, ExxonMobil, ConocoPhillips en Continental Resources — de eerste drie beantwoordden die brief. Op 23 februari volgden brieven aan Financiën, Buitenlandse Zaken en Energie met de eis van een gedetailleerde verantwoording. Voor zover openbaar is, hebben die departementen niet gereageerd.

Twee sporen uit dat onderzoek verdienen meer aandacht dan ze krijgen. Op 29 januari schreef Garcia de handelshuizen Vitol en Trafigura aan over hun rol bij de verkoop van de Venezolaanse olie. De brief vraagt onder meer of de handelaren vooraf op de hoogte waren van de militaire actie, en wijst op campagnefinancieringsgegevens waaruit volgens de opstellers blijkt dat een Vitol-handelaar eerder zes miljoen dollar aan Trumps campagne doneerde.

De dag daarvoor waarschuwde afgevaardigde Sean Casten, samen met twaalf andere Democraten, eenentwintig olie- en oliedienstenbedrijven schriftelijk voor de juridische en financiële risico’s van deelname. De strekking: het Congres, een volgende regering of een toekomstige Venezolaanse regering kan proberen zulke afspraken ongeldig te verklaren, en deelnemende bedrijven kunnen civiele aansprakelijkheid tegenover Venezolaanse schuldeisers riskeren. Informele toezeggingen van de huidige regering, schreven zij, worden mogelijk niet erkend door een volgende.

De wet werd eerst omgebouwd

Het akkoord landt niet in een juridisch vacuüm. Op 29 januari 2026 — nog geen maand na de val van Maduro — publiceerde Venezuela een ingrijpende hervorming van de Ley Orgánica de Hidrocarburos, de organieke koolwaterstoffenwet. Het uitvoeringsreglement volgde op 7 juli. De aankondiging kwam op 28 augustus. De volgorde is niet toevallig: elke stap verbreedde wat de volgende mogelijk maakte.

De hervorming doet vier dingen die er nu toe doen.

Ze opent de sector voor private operatoren. Naast de staat en de gemengde ondernemingen waarin de staat een meerderheid houdt, komt er een derde vehikel: private ondernemingen die in Venezuela gedomicilieerd zijn, onder contract met staatsbedrijven. In de praktijk betekent dit dat een privaat bedrijf de operator kan worden van velden die eigendom van de Republiek blijven.

Ze haalt het parlement uit de lus. Voorheen moest de Nationale Assemblee gemengde ondernemingen goedkeuren. Nu autoriseert de president ze, en wordt het parlement enkel geïnformeerd — met een rapport over de overeengekomen voorwaarden en de bijzondere voordelen voor de Republiek. Die verschuiving staat letterlijk in de wettekst en is door meerdere juristen als grondwettelijk problematisch aangemerkt.

Ze verlaagt de vloer onder de staatsinkomsten. Waar de oude tekst een royalty van dertig procent voorschreef, spreekt de nieuwe volgens juridische analyses van de hervorming van tót dertig procent. Dat kleine woordje haalde de ondergrens weg.

Ze schrijft nog wel concurrentie voor. Het bevoegde orgaan moet meerdere biedingen bevorderen. Directe gunning mag alleen om redenen van openbaar belang of bijzondere omstandigheden, en dan uitsluitend met voorafgaande goedkeuring van de ministerraad. Zo’n ministerraadsbesluit is niet gepubliceerd. Dat maakt het ontbreken ervan geen administratieve slordigheid maar een gat in een wettelijk vereiste.

Advocatenkantoren die het reglement analyseerden — onder meer PwC Venezuela, Holland & Knight en WDA Legal — beschrijven een gecombineerd tarief van royalty plus geïntegreerde belasting dat loopt van twintig procent voor nieuwe velden tot vijfendertig procent voor bestaande producerende velden. Die percentages heb ik niet zelf tegen de originele gazettetekst kunnen leggen; ze rusten op de analyses van die kantoren.

Wat Rodríguez aankondigde, wringt daarmee op twee manieren. Zij sprak van een minimale royalty van zestien procent. Dat is sinds de hervorming legaal — de bodem is immers weg — maar het ligt onder de twintig procent die het reglement volgens die analyses voor nieuwe velden voorschrijft. Of die zestien procent alleen de royalty is of het gecombineerde tarief, valt publiek niet vast te stellen: het document waarin de voorwaarden per project worden vastgelegd, is niet gepubliceerd.

En zij noemde een winstbelasting van vierendertig procent. Dat cijfer krijgt pas betekenis als je weet dat het algemene Venezolaanse olietarief vijftig procent is. Die vijftig kan omlaag, maar via een individuele procedure per project. Het reglement kent de vierendertig procent generiek toe aan alle nieuwe velden, buiten die procedure om. Juristen als José Ignacio Hernández en het kantoor WDA Legal zien daarin een botsing met het legaliteitsbeginsel in belastingzaken uit de Venezolaanse grondwet: een belastingtarief hoort bij wet te worden vastgesteld, niet bij uitvoeringsbesluit.

Wat het Witte Huis nu zelf zegt

Het factsheet van maandagavond is het eerste document waarin de Amerikaanse regering de structuur beschrijft. Het is de moeite waard het punt voor punt te lezen, want vrijwel elke zin raakt aan een vraag die tot dan toe openstond.

De looptijd is honderd jaar. De Venezolaanse interim-autoriteiten hebben North American Blue Energy Partners, kortweg NABEP, concessies van honderd jaar verleend voor zeventien olievelden met ongeveer 65 miljard vaten aan bewezen reserves. Rodríguez had drie dagen eerder op de staatstelevisie over een project van vijfentwintig jaar gesproken.

Die vijfentwintig jaar keert in het Amerikaanse document wel terug, maar in een andere rol: als de periode waarover de royalty’s en belastingen worden geraamd, “de eerste vijfentwintig jaar”. Dat is waarschijnlijk waar het misverstand vandaan komt. Helemaal opgelost is het niet, want zij noemde het uitdrukkelijk een akkoord van vijfentwintig jaar. Maar de meest plausibele lezing is nu dat Caracas een fiscale horizon presenteerde als looptijd.

Het bedrijf heeft officieel een naam. NABEP wordt gecontroleerd door de Venezolaanse zakenman Alejandro Betancourt López. Bloomberg en de Wall Street Journal hadden die link al gelegd; het Witte Huis hield hem drie dagen binnen. Volgens AP richt de Amerikaanse overheid een privaat bedrijf op als joint venture met NABEP.

De percentages zijn bevestigd, en preciezer dan eerder gemeld. NABEP heeft de Office of Strategic Capital — het investeringskantoor van het Amerikaanse ministerie van Defensie, dat zich sinds vorig jaar Department of War noemt — een aandelenbelang van vijfendertig procent gegeven in de moedermaatschappij van NABEP, niet in NABEP zelf. Het ministerie van Buitenlandse Zaken, níet het Pentagon, kreeg het recht om twintig procent van de productie tegen kostprijs te kopen, uit alle huidige en toekomstige velden die NABEP zal exploiteren.

Het cijfer van vijfenvijftig procent, dat vorige week door anonieme functionarissen aan CNN, AP en anderen werd gegeven, komt in het factsheet niet voor. Het document noemt de twee componenten en telt ze niet op. Wie dat wel doet, maakt een reconstructie.

En dan het punt dat in de meeste berichtgeving ondersneeuwde: Buitenlandse Zaken kreeg óók een recht van eerste weigering op de resterende tachtig procent van de productie. Daarmee heeft Washington in de praktijk een aankooprecht op alles wat NABEP oppompt. In het Oval Office noemde Trump de reserves maandag een enorme waarde die stil had gelegen.

De zeggenschap gaat verder dan de economie. De Amerikaanse overheid krijgt een vetorecht op elke benoeming in het bestuur van NABEP, en een meerderheid van dat bestuur moet Amerikaans staatsburger zijn. Het bedrijf krijgt Amerikaanse accountants, advocaten en adviseurs. En de overeenkomst tussen de Amerikaanse overheid en NABEP valt onder Amerikaans recht en onder de rechtsmacht van Amerikaanse rechtbanken.

Dat laatste is lastig te rijmen met de verdediging uit Caracas. Rodríguez verklaarde op de staatstelevisie dat Venezuela eigendom en soevereiniteit over zijn hulpbronnen behoudt. Haar tegenpartij beschrijft in haar eigen document een onderneming waarvan Washington het bestuur kan blokkeren, de boeken laat controleren en de geschillen voor Amerikaanse rechters brengt.

Verder in het document: NABEP zegt tot honderd miljard dollar in nieuwe infrastructuur te investeren en verwacht over de eerste vijfentwintig jaar ongeveer tweehonderd miljard dollar aan royalty’s en belastingen te betalen. Caracas noemde 209,335 miljard. De twintig procent tegen kostprijs is uitdrukkelijk bestemd voor het aanvullen van de strategische voorraad en voor het Amerikaanse leger. En het Witte Huis stelt dat het merendeel van de toegevoegde velden eerder werd gecontroleerd door Russische of Chinese bedrijven of door getrouwen van Maduro en Chávez, en plaatst de deal in het kader van een herleefde Monroe-doctrine.

Eén detail voor wie de eerdere berichtgeving volgde: het factsheet noemt zeventien velden en geen acht extra blokken. Dat pleit ervoor de acht Orinoco-blokken te lezen als onderdeel van de zeventien, niet als een optelling daarbovenop.

De constructie die het Pentagon zegt niet te mogen

Hier ontstaat het scherpste conflict in het hele dossier, en het loopt nu dwars door de Amerikaanse regering heen.

Het Witte Huis schrijft dat de Office of Strategic Capital een aandelenbelang van vijfendertig procent heeft, met een waarde die kan oplopen tot honderden miljarden aan waarde en dividend voor de Verenigde Staten.

Vorige week zei de hoogste woordvoerder van datzelfde ministerie, Sean Parnell, tegen Reuters en tegen The Epoch Times: “The Office of Strategic Capital does not take equity stakes in private companies.” Hij voegde eraan toe dat de wettelijke rol van het kantoor strikt beperkt is tot kapitaalsteun in de vorm van een lening, een leninggarantie of technische bijstand. De perssecretaris van het ministerie sprak in dezelfde periode over een “conditional loan commitment process”.

Een lening en een aandelenbelang zijn twee verschillende financiële instrumenten met twee verschillende wettelijke grondslagen. En de bevoegdheid om aandelen te verwerven stond wél in de Huis-versie van de defensiewet voor 2026 — maar die versie is niet aangenomen. Dat is vastgesteld in een notitie van de Congressional Research Service, een primaire bron.

Kort gezegd: het Witte Huis beschrijft schriftelijk een transactie waarvan de uitvoerende instantie schriftelijk zegt dat zij die niet mag aangaan. Als er deze week één vraag beantwoord moet worden, is het deze.

De rekensom die niet uitkomt

Rodríguez noemde een concreet bedrag: 209,335 miljard dollar aan belastinginkomsten over vijfentwintig jaar, uitgaande van een olieprijs van vijfenzestig dollar per vat, wat neerkomt op ongeveer negentien dollar per vat voor Venezuela.

Reken je dat terug, dan impliceert 209 miljard bij negentien dollar per vat ongeveer elf miljard geproduceerde vaten over vijfentwintig jaar — zo’n 1,2 miljoen vaten per dag. Dat is niet ver van de huidige Venezolaanse productie, die volgens OPEC-cijfers voor juli 2026 rond de 1,12 miljoen vaten per dag ligt.

Deel je diezelfde 209 miljard daarentegen door de 65 miljard vaten uit Trumps bericht, dan houd je 3,22 dollar per vat over.

Beide sommen kunnen niet tegelijk kloppen. De verklaring is dat de 65 miljard vaten géén productie is maar een reserveschatting: de olie die zich in de grond bevindt. Trump noemde het bewezen reserves; Caracas sprak in zijn eigen verklaring over bewezen potentieel, wat iets anders is. De Caracaanse consultancy Gas Energy Latin America kwam op 63,7 miljard vaten, gerekend met een winningsfactor van twintig procent die technisch haalbaar is maar in Venezuela nog nooit is gehaald.

Ter vergelijking: Venezuela’s totale reserves worden geschat op 303 miljard vaten, dus de deal beslaat ongeveer een vijfde daarvan. De Verenigde Staten beschikken zelf over ongeveer 46 miljard vaten. De nieuwe onderneming zou daarmee, naar reserves gemeten, de op één na grootste oliemaatschappij ter wereld worden na Saudi Aramco.

Reserves in de grond zijn geen olie in een tanker. Het Orinoco-bekken bevat grotendeels extra-zware olie die zonder forse investeringen in infrastructuur en verdunningsmiddelen niet te vervoeren valt. Venezuela produceerde eind jaren negentig ruim drie miljoen vaten per dag; nu is dat een derde daarvan. Experts schatten dat herstel miljarden aan buitenlandse investeringen en minstens een decennium vergt, en dat het volledig produceren van de winbare reserves meer dan vijfentwintig jaar kost. David Oxley van Capital Economics tekende erbij aan dat de Venezolaanse reservecijfers onder Hugo Chávez mogelijk zijn opgeblazen.

Waarom het voor Washington toch aantrekkelijk is, laat zich raden: Amerikaanse raffinaderijen aan de Golfkust zijn in de jaren zeventig juist op Venezolaanse zware, zwavelrijke olie gebouwd.

En dan is er een detail dat in de euforie ondersneeuwt: zoveel autonomie krijgt de operator niet. Volgens de analyse van Holland & Knight moeten exporteurs van verdunde zware olie zélf hun verdunningsmiddel inkopen en de bijbehorende infrastructuurovereenkomsten sluiten. Het jaarlijkse commercialisatieplan moet negentig dagen vooraf ter goedkeuring worden voorgelegd, wordt maandelijks herzien, en de minister houdt een interventierecht om redenen van nationaal belang. Wie honderd jaar zeggenschap meent te hebben gekocht, heeft nog steeds een Venezolaanse minister boven zich.

De partner: Alejandro Betancourt López

NABEP wordt door de New York Times, de Washington Post en Bloomberg onafhankelijk van elkaar beschreven als de op één na grootste particuliere olieproducent van Venezuela, na Chevron, met een productie van rond de tweehonderdduizend vaten per dag uit velden rond het Meer van Maracaibo en in de Orinoco-gordel. Dat is het bedrijfstotaal; een lager cijfer van rond honderdzestigduizend dat elders circuleert, is een andere schatting van diezelfde totaalproductie. De Washington Post meldt dat NABEP in twee jaar groeide van achttienduizend naar bijna tweehonderdduizend vaten per dag, en dat het bedrijf tot vijf miljard dollar aan schuld wil aangaan om binnen vijf jaar op een miljoen vaten per dag uit te komen. Volgens de New York Times is het in Barbados geregistreerd en wordt het gecontroleerd door de familie Betancourt.

Belangrijk: Betancourt is persoonlijk nooit strafrechtelijk aangeklaagd — niet in de Verenigde Staten, niet in Zwitserland, niet in Spanje, niet in Venezuela — en ontkent via zijn Amerikaanse advocaat Jon A. Sale elke wandaad.”

Betancourt, 46, is volgens de Washington Post het afgelopen decennium voorwerp geweest van meerdere witwasonderzoeken in drie landen tegelijk. Die sporen lopen naar hetzelfde punt.

De Amerikaanse zaak. In juli 2018 diende het Amerikaanse ministerie van Justitie in Florida een strafklacht in over een witwasoperatie van 1,2 miljard dollar, waarbij topfunctionarissen van staatsoliebedrijf PDVSA, bankiers en zakenlieden geld zouden hebben weggesluisd en witgewassen via onder meer Miamiaans vastgoed. Acht mannen werden aangeklaagd, onder wie een neef van Betancourt. Betancourt zelf niet — maar in 2019 identificeerde de Miami Herald hem als een niet bij naam genoemde medeverdachte in die klacht, wat de Washington Post later bevestigd kreeg door ingewijden.

De lobby. Datzelfde jaar huurde Betancourt Rudy Giuliani in, op dat moment de persoonlijke advocaat van president Trump. In augustus 2019 logeerde Giuliani op Betancourts landgoed bij Madrid tijdens de reis waarop hij Oekraïense functionarissen ontmoette voor Trumps politieke onderzoeken. Een maand later zat Giuliani, samen met andere advocaten, tegenover het hoofd van de strafrechtelijke divisie van het ministerie van Justitie om te betogen dat zijn cliënt niet vervolgd moest worden. Betancourt is inderdaad nooit aangeklaagd.

Zwitserland. In 2019 openden aanklagers in Zürich een witwasonderzoek naar leningopbrengsten die op Zwitserse bankrekeningen zouden zijn beland, met een aanhoudingsbevel tot gevolg. De Washington Post meldde op 27 augustus 2026 dat Zwitserland dit voorjaar zijn uitleveringsverzoek in het Verenigd Koninkrijk introk en dat Britse reisbeperkingen werden opgeheven, na Amerikaanse diplomatieke tussenkomst. De Verenigde Staten hebben nooit op het Zwitserse bevel gehandeld. Ze lieten Betancourt in plaats daarvan herhaaldelijk het land binnen voor besprekingen met de regering-Trump.

Spanje. Bij de Audiencia Nacional loopt een onderzoek naar een lening uit 2012 tussen PDVSA en een privéonderneming, waarbij onderzoekers een frauduleuze transactie van 4,85 miljard dollar vermoeden en ongeveer 42 miljoen dollar aan steekpenningen aan drie Venezolaanse functionarissen. Die zaak werd in maart 2026 gearchiveerd en in juni 2026 door de strafkamer heropend, die de sluiting voorbarig achtte. De zaak staat dus open.

Dan is er de voorgeschiedenis waarop zijn fortuin rust. Begin jaren tien kregen Betancourt en zijn partners van de Venezolaanse regering opdrachten om elektriciteitscentrales te bouwen, zonder dat zij daar enige ervaring mee hadden — het leverde hun de bijnaam bolichicos op, de jongens van de Bolivariaanse revolutie. Het onderzoeksconsortium OCCRP documenteerde dat zijn bedrijf Derwick tussen 2009 en 2011 elf energieprojecten toegewezen kreeg, samen zo’n vijf miljard dollar, alle zonder aanbesteding. De Venezolaanse afdeling van Transparency International raamde de reële kosten op 2,1 miljard — een verschil van ongeveer 2,9 miljard. Derwick ontkent dat er sprake was van overprijzing.

Eén verwarring die vaak opduikt, verdient opheldering. Betancourt komt niet voor in de Amerikaanse strafzaak tegen oud-schatkistbewaarder Alejandro Andrade; dat is een andere zaak. Wél werd in 2024 de Venezolaanse zakenman Raúl Gorrín door de Verenigde Staten aangeklaagd wegens betrokkenheid bij hetzelfde vermeende leningenschema waarnaar in Zwitserland en Spanje onderzoek loopt.

Wat er sinds januari is veranderd, is niet de verdenking maar de positie. Volgens de Washington Post en Bloomberg groeide Betancourt uit tot de sleutelfiguur tussen Caracas en Washington, en hielp hij de eerste contracten sluiten waarmee de Venezolaanse olie-export weer op gang kwam. In Venezuela werden de strafzaken tegen hem wegens valutadelicten geseponeerd. In augustus verkocht de Amerikaanse zakenman Harry Sargeant III zijn minderheidsbelang in NABEP voor driehonderd miljoen dollar aan een aan Betancourt gelieerde partij; kort na de ondertekening bevroor het Amerikaanse ministerie van Financiën de tegoeden van Sargeants offshorevennootschap.

In een verklaring maandag bedankte Betancourt Trump en Rodríguez en zei hij dat Venezuela gezegend is met natuurlijke rijkdom en onbenut potentieel, dat deze transactie zal ontsluiten ten gunste van zowel Venezolanen als Amerikanen.

De man die tien jaar lang door drie regeringen werd onderzocht, is nu de partner via wie de Amerikaanse overheid zich in de Venezolaanse olie inkoopt. Dat is geen aanklacht — die is er immers nooit gekomen. Het is wel het feit waar elk verhaal over dit akkoord langs moet.

Het parallelle spoor: Chevron

Naast de deal loopt een tweede traject dat wél tot ondertekende, controleerbare stukken heeft geleid. Chevron kondigde een ruil aan waarbij het zijn positie in de Venezolaanse zware olie concentreert: het gemengde bedrijf Petropiar krijgt het Ayacucho 8-blok, en Chevrons belang in Petroindependencia stijgt met ruim dertien procentpunt naar negenenveertig procent. In ruil krijgt Venezuela Chevrons belangen in twee gasblokken in de Plataforma Deltana en ruim vijfentwintig procent in Petroindependiente — een andere onderneming dan Petroindependencia, ondanks de bijna identieke naam. Dat staat in een eigen persbericht van Chevron, een primaire bron. De ruil werd al in april aangekondigd.

Chevrons Venezolaanse gemengde ondernemingen produceren samen ongeveer 260.000 vaten per dag. Rond de aankondiging van het akkoord meldde Reuters dat Chevron de migratie van al zijn Venezolaanse joint ventures naar het nieuwe wettelijke kader zou afronden. Of die bredere ondertekening inmiddels is voltooid, is op het moment van schrijven niet onafhankelijk bevestigd. Chevron zelf, de enige Amerikaanse oliemaatschappij die in Venezuela produceert, weigerde commentaar op het akkoord. ExxonMobil deed hetzelfde.

De juridische bodem

Venezolaanse juristen wijzen op een reeks grondwetsartikelen die met dit akkoord op gespannen voet staan. Artikel 12 verklaart de koolwaterstofvoorraden publiek domein: onvervreemdbaar en onverjaarbaar. Andere bepalingen vereisen goedkeuring van de Nationale Assemblee voor contracten van nationaal belang en voor overeenkomsten met buitenlandse staten of met vennootschappen die niet in Venezuela gevestigd zijn.

Daar zit de kneep. Omdat de hervormde wet vereist dat de operator in Venezuela gedomicilieerd is, valt een contract met een Venezolaanse onderneming mogelijk buiten dat verbod. Een overeenkomst met de Amerikaanse overheid als zodanig valt er juist binnen — en het factsheet beschrijft nu uitdrukkelijk een overeenkomst tussen de Amerikaanse overheid en NABEP, onder Amerikaans recht. Geen enkele gevonden bron beslecht dat punt gezaghebbend, en zonder akkoordtekst kan dat ook niet.

De regering-Rodríguez betoogt dat de hervormde wet contracten voor operationele toegang toestaat zonder dat het eigendom van de hulpbronnen overgaat. Oud-olieminister Rafael Ramírez noemde het akkoord ongrondwettig en sprak van de grootste plundering uit de Venezolaanse geschiedenis. De Harvard-econoom Ricardo Hausmann noemde het een greep naar bezit en een ongrondwettig akkoord met een illegitieme regering. Econoom Francisco Rodríguez riep de Nationale Assemblee op het te verwerpen. In Caracas gingen ook aanhangers van de regering de straat op, terwijl de regeringspartij PSUV juist volledige steun uitsprak — een opmerkelijke wending voor een beweging die decennialang op oliesoevereiniteit hamerde.

Aan Amerikaanse zijde noemden de Democratische senatoren Tim Kaine en Chris Van Hollen de operatie corruptie op epische schaal. Voormalige Amerikaanse energieadviseurs waarschuwen dat het akkoord politiek risico draagt, omdat een volgende regering in Washington of in Caracas het kan aanvechten.

Eén stille beweging verdient vermelding. Op 27 augustus, één dag vóór de aankondiging, wijzigde het Amerikaanse sanctiekantoor OFAC acht algemene licenties tegelijk: 46D, 47B, 48C, 50C, 51C, 52B, 54B en 61A. Uit alle acht verdween dezelfde clausule — contracten met de Venezolaanse staat hoeven niet langer onder Amerikaans recht te worden uitgelegd. De eis dat geschillen worden beslecht in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk of Singapore blijft staan. Als reden noemt OFAC de investeringshervormingen die Venezuela sinds januari doorvoerde. Juristen signaleerden in mei precies dat conflict: de Amerikaanse licentie eiste Amerikaans recht, terwijl het Venezolaanse modelcontract Venezolaans recht en arbitrage in Parijs koos. Eén dag voor de aankondiging was het obstakel weg.

Wat we nog steeds niet weten

Het factsheet beantwoordt veel, maar het is geen overeenkomst. Een lijst van wat ontbreekt is hier belangrijker dan een conclusie.

De akkoordtekst zelf. Er is geen decreet, geen ministeriële resolutie, geen gepubliceerd contract in de Gaceta Oficial. Daarmee ontbreekt ook het ministerraadsbesluit dat gunning zonder aanbesteding wettelijk zou moeten dekken, de notificatie aan de Nationale Assemblee, het document dat per project de royalty en de belasting vastlegt, en de juridische grondslag onder het tarief van vierendertig procent.

Een Venezolaanse ondertekenaar. Rubio en Hegseth tekenden namens de Verenigde Staten. Aan de andere kant staan “de Venezolaanse interim-autoriteiten”, zonder naam.

De namen van de zeventien velden. Reuters heeft de lijst gezien en niet gepubliceerd; sindsdien is er geen enkele veldnaam opgedoken. Onbekend blijft ook wat er gebeurt met het bestaande contract van een klein Chinees bedrijf dat volgens Reuters enkele van de rijpe Maracaibo-velden exploiteert. Dat is een vraag met een randje, want PetroChina instrueerde handelaren in januari al te stoppen met Venezolaanse olie die onder Amerikaanse marketing valt, en een Amerikaanse licentie uit februari sloot Russische en Chinese partijen uit van Venezolaanse olietransacties.

Het antwoord van het Pentagon op zijn eigen tegenspraak. En het antwoord van Financiën, Buitenlandse Zaken en Energie op de vragen uit het Congres.

De crediteurenkwestie. Venezuela zit met tientallen miljarden aan onbetaalde obligaties en arbitrale vonnissen; de Amerikaanse minister van Energie erkende zelf dat het om tientallen miljarden aan claims gaat. Precieze bedragen die circuleren heb ik niet kunnen verifiëren. Maar de logica is helder: elke nieuwe inkomstenstroom is meteen een doelwit voor schuldeisers. Dat is precies wat Executive Order 14373 voor de huidige stroom afschermt. Of een toekomstige stroom van tweehonderd miljard dollar dezelfde bescherming krijgt, en of die bescherming standhoudt voor een rechter, is publiek onbeantwoord.

Tot slot

Er ligt nu een officiële Amerikaanse beschrijving van de grootste oliedeal ooit. Er is een land waarvan het staatshoofd concessies van honderd jaar verleent op een mandaat dat twee maanden geleden verliep. Er is een Amerikaanse overheidsinstantie die volgens haar eigen woordvoerder niet mag doen wat het Witte Huis zegt dat zij heeft gedaan. Er is een partner die tien jaar lang in drie landen werd onderzocht en nooit werd aangeklaagd. Er is een geldstroom van dertien miljard dollar zonder afgerond auditproces. En er is nog altijd geen tekst.

Dat laatste is geen vormfout. Zolang de overeenkomst niet openbaar is, blijft elke uitspraak over de rechtsgeldigheid, de fiscale voorwaarden en de precieze verdeling een reconstructie op basis van wat twee regeringen over zichzelf hebben willen zeggen — inclusief deze. Het eerste document dat werkelijk iets verandert aan dit verhaal, is de overeenkomst zelf.

Verantwoording

Dit stuk is gebaseerd op primaire documenten waar die beschikbaar waren: het factsheet van het Witte Huis van 31 augustus 2026, de gepubliceerde Venezolaanse wetstekst, Amerikaanse wetsvoorstellen en congresbrieven, publicaties en toelichtingen van het Amerikaanse sanctiekantoor OFAC, een persbericht van Chevron, en rapporten van de Congressional Research Service. Aangevuld met berichtgeving van AP, CNN, Reuters, de Wall Street Journal, Bloomberg, de New York Times, de Financial Times, NPR, CBS, PBS, The Economist, de Washington Post en OCCRP.

Waar in de tekst staat dat iets op één bron rust, niet bevestigd is of tegengesproken wordt, is dat een vaststelling en geen stijlfiguur. Enkele feiten die elders circuleren zijn bewust weggelaten omdat ze niet te bevestigen waren. Voor experts volgt een aparte bijlage met de volledige claim-voor-claim-verantwoording en bronverwijzingen.

Peildatum: 1 september 2026.

(Steun mijn werk)

Jouw feedback is welkom!

Ik besteed veel tijd en energie aan het leveren van correcte en actuele inhoud, maar ik hoor het graag als ik iets gemist heb of als er een actualisatie nodig is. Jouw opmerkingen en suggesties zijn van onschatbare waarde voor mij, omdat ze me helpen de kwaliteit van mijn werk voortdurend te verbeteren.

Daarnaast zijn leuke berichten en positieve reacties ook altijd welkom en zeer gewaardeerd. Samen kunnen we ervoor zorgen dat de informatie nauwkeurig, relevant en boeiend blijft. Alvast hartelijk dank voor je bijdrage!

Disclaimer: Voor dit artikel heb ik AI-tools ingezet als hulpmiddel bij onderzoek, brainstormen over de structuur en het controleren van de grammatica. De ideeën, meningen en de uiteindelijke tekst zijn van mijn hand. Ik heb de door AI voorgestelde aanpassingen zorgvuldig beoordeeld en aangepast om mijn eigen boodschap en stijl te waarborgen.

(Of deel deze post voor 0 euro)

Facebook
Twitter
LinkedIn
Email
WhatsApp
Print

Over Mij

Michel Baljet

“Ik ben Michel Baljet, een Nederlandse journalist en onderzoeker. Mijn reis heeft me over continenten en in conflictzones gebracht, waar ik met regelmaat op de juiste plek was op het verkeerde moment. Ik word gedreven door de wens om de waarheid te ontdekken en onpartijdige verslaggeving te leveren, zelfs als dat betekent dat ik me volledig moet onderdompelen in de meest uitdagende landschappen van onze samenleving. Op dit moment bevind ik me in een periode van medische revalidatie. Ondanks deze tijdelijke tegenslag blijf ik vastberaden in mijn werk, en gebruik ik deze tijd om te schrijven over actuele gebeurtenissen en tot nadenken stemmende stukken uit mijn uitgebreide archief te delen. Zoals altijd sta ik klaar om weer te duiken in de prachtige afvalbergen van onze samenleving zodra ik daar weer toe in staat ben.

Volg mij

// mEER ARTIKELEN

Verbeterd met AI
Michel Baljet

Amerika’s militaire escalatie in het Caribisch gebied: de Venezuela-crisis

De Verenigde Staten hebben in augustus en september van dit jaar hun militaire aanwezigheid in het Caraïbische gebied drastisch opgevoerd, met Venezuela als primaire doelwit. Deze opbouw vormt de meest significante Amerikaanse militaire operatie in de regio sinds decennia en markeert een duidelijke verschuiving van diplomatieke naar militaire middelen in het conflict met het regime van Nicolás Maduro.

Lees verder »